SCFA nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van onze laatste nieuwtjes!

Volgende zaterdagcursus

21 september 2013

Volgend seminarie

Zaterdagcursus 2012 - Algemeen

1ste jaar
‘Inleiding in de filosofie’

De inleidende cursusdag geeft aan alle belangstellenden de gelegenheid om kennis te maken met de werking en de inhoud van onze school. De voormiddag wordt besteed aan een eerste kennismaking met oosterse en westerse filosofie. In de namiddag zetten we een eerste stap in de richting van het vergelijken van wereldbeelden via het model voor comparatieve filosofie van prof. U. Libbrecht. Deze inleiding is gratis toegankelijk voor iedereen.

De volgende acht zaterdagen worden de hoofdlijnen van het oosters en het westers denken verder uitgediept. Het eerste jaar bestaat uit 4 lessen westerse (Oudheid en Moderne Tijd) en 4 lessen oosterse filosofie (China en India). Samen vormen ze een uitstekende kennismaking met de basis van de oosterse en de westerse filosofie.

2de jaar
‘Inleiding in de filosofie’

In het tweede jaar wordt de inleiding in de filosofie verder gezet en wordt de basiskennis aangevuld en uitgediept. Voor de westerse filosofie ligt de klemtoon op hedendaagse thema’s en tendensen. De hoofdlijnen van de Chinese en de Indiase filosofie worden aangevuld en tegelijk wordt een verbreding gemaakt naar o.m. islam.

3de jaar
‘Comparatieve filosofie’

Het derde jaar vormt de echte kennismaking met de comparatieve filosofie. Met de basiskennis van de inleiding als uitgangspunt en achtergrond, wordt er gezocht naar een vergelijking en vooral naar integratie van oosterse en westerse denkwijzen. Dit gebeurt door denkers aan het woord te laten die werkelijk als brugfiguren kunnen gelden: Afrikaanse, Joodse, islamitische en Japanse denkers zetten de studenten op weg.

Themajaar 2012

Eerste deel: ‘Denken over schoonheid’

 

De wereld is niet verplicht mooi te zijn en toch is zij mooi. De verwondering om schoonheid is van alle tijden, alle culturen. Schoonheid heeft vele gezichten en uitingsvormen, van een oppervlakkige zintuiglijke prikkel tot en met een intense, metafysische en zelfs mystieke ervaring. Soms blijft schoonheid raadselachtig, geheimzinnig. In China betekent de uitdrukking ‘schoonheid van de berg Lu’ zoveel als ‘bodemloos geheim’. Gezien dit rijke ervaringspalet hoeft het dan ook niet te verbazen dat in alle culturen is nagedacht over schoonheid, zij het vaak op erg verschillende wijzen.

 

In de themacyclus komen de volgende vragen aan bod. Hoe hebben respectievelijk de twee grote denkers Abhinavagupta (10de en begin 11de eeuw) en Kant (18de eeuw) over schoonheid en met name de esthetische ervaring nagedacht? Hoe zit het met de prachtige verwevenheid van natuur en schoonheid in het Boeddhisme? Op welke wijzen heeft het schoonheidsideaal in de Griekse cultuur gestalte gekregen? Tot op welke hoogte belichaamt de gulden snede als goddelijke proportie en/of esthetisch ideaal een brug tussen wiskunde en kunst? In welke mate heeft schoonheid haar gezicht verbrand in de moderne kunst en cultuur?

 

Tweede deel: ‘Is religie onmisbaar?’

 

Onze huidige tijd, en dit niet alleen in Europa, laat een zeer dubbelzinnig beeld zien ten aanzien van religie. Enerzijds is er sprake van een alomtegenwoordige secularisatie. Kerken en tempels staan leeg. Velen vragen zich af of religie voorgoed heeft afgedaan. Anderzijds is er sprake van een terugkeer van de religie en een heroplevingvan de spiritualiteit die ook gepaard gaan met een toenemende belangstelling voor de interreligieuze dialoog en een steeds grotere ontvankelijkheid voor mystiek en sacrale kunst.

 

Is religie nu onmisbaar? Bestaat er een gemeenschappelijke kern die alle religies verbindt, een soort van wezenskern of dieptestructuur, zoals Ulrich Libbrecht beweert? Het motto hierbij van Libbrecht is: “Een roos verandert niet als je haar naam verandert” (Shakespeare). Of moet men veeleer rekening houden met de culturele verschijningsvormen, de zogenaamde ‘oppervlaktestructuur’ waarin religies ontstaan en beleefd worden? Zijn deze culturele verschijningsvormen niet fundamenteel? Wat te doen met het feit dat overal ter wereld religieuze schrijnen, kerken, tempels en beelden zijn uitgegroeid tot een onvervreemdbaar erfgoed van een vaak ongeziene schoonheid? Hoe verhoudt zich het beeldverbod ten aanzien van die beeldverering? Hoe kan het dat we bij verschillende mystici uit verschillende religieuze tradities dezelfde gemeenschappelijke kern aantreffen?

 

 

Column

Prof. dr. U. Libbrecht
"Ego  mundi civis esse cupio", "Ik wens een burger van de wereld te zijn" (Erasmus).  In Erasmus' tijd was de wereld niet veel meer dan West-Europa, met zijn homogene grieks-christelijke cultuur.  De rest van de wereld was barbarij.

Prof.dr. Antoon Van den Braembussche
De geur van de roos. De uitdaging van de comparatieve filosofie.  

Edel Maex
...In het Westen zijn levensbeschouwingen steeds gebonden geweest aan een volk. De God van de joden was de God van het volk. Dit zorgt voor een link tussen levensbeschouwing en identiteit en daarmee ook voor de steeds terugkerende vraag naar getalsterkte...