StartpaginaAlgemene infoLessenpakketPraktischNieuwsbriefVragen en antwoordenLinksContact

Lichaamsbeelden in afrikaanse culturen

 

Merleau-Ponty’s concept van la chair of zinnelijk-zintuiglijk genotslichaam (Merleau-Ponty 1964 Le visible et l’invisible) helpt ons enigszins de zinnelijk-zintuiglijke en de lichaamsbeleving, betrokken op de familie en de leefwereld, te verstaan in Zwart-Afrikaanse culturen. Het uitdijende en genotvolle gevoelslichaam zoekt zich grensoverschrijdend uit te leven in de tastzin, de reukzin, het oog en het oor: het gevoelslichaam stelt zich hierbij tastbaar, ruikbaar, zichtbaar(-makend) en hoorbaar op en is tegelijkertijd tastend, ruikend, kijkend en luisterend of sprekend, in een resonantie met de omvattende leefwereld.
Dit zal uitgediept worden opeenvolgend in de dagelijkse familie-stichtende intimiteit en samen-tafelen onder familieleden, in ziekte en genezing, divinatie of zogenaamde waarzeggerij en in het begeleiden van de overgang naar het voorouderschap.

Docent:

prof.dr. René Devisch:

René Devisch  is Professor Emeritus met opdracht in de Sociale Antropologie aan de Katholieke Universiteit Leuven (https://perswww.kuleuven.be/~u0012668/ –met bibliografie). Vorming in wijsbegeerte, antropologie en psychoanalyse (met klinische praktijk). Startte aan de K.U.Leuven het ARC (Africa Research Centre, thans IARA genoemd; http://www.iara.be/), alsook het CADES Master na Master programma (www.Cades.be).

De thematische invalshoeken en theoretische vragen in mijn vertoog spruiten voort uit mijn veelzijdig contact met sociaal-cultureel zeer verschillende middens: ten eerste, mijn 2,5 jaar antropologisch participatief onderzoek in 12 dorpen onder de noordelijke Yaka in zuidwest Kongo van 1971 tot 1974, alsook van 1986 tot 2003 tijdens een 3 weken jaarlijks onder Koongo en Yaka genezers en onafhankelijke christelijke genezingskerken in sloppenwijken van Kinshasa; ten tweede, twee maanden onderzoek bij de pastorale Guji-Oromo van Zuid Ethiopië; ten derde de supervisie ter plekke van antropologisch doctoraatsonderzoek in acht verschillende Afrikaanse landen en in een Druzengemeenschap in noord Israël; ten vierde het onderzoek bij mediterrane hulpvragers in de huisartsge¬neeskunde in Brussel en Antwerpen, alsook in het Razi psychiatrisch ziekenhuis te Tunis; en ten vijfde benadert mijn complementair antropologisch en psychoanalytisch onderzoek, in Kinshasa, de botsing van lokale en exogene (Westerse) culturen, waarvan dromen, hekserij-waan of de interculturele genezingskerken getuigen.

© 2010 School voor Comparatieve Filosofie Antwerpen